













Mijn lievelingssport is skiën. Ik hou van zingen en lachen, van mijn werk en van Wim en Janneke. En ik haat voetbal. Maar voor 1 keer was ik heel erg gelukkig met voetbalnieuws uit België. Uit Limburg nog wel. Zelfs uit Genk. De enige leesbare tekst op het TV-scherm: Anderlecht-Genk 2-0. Zouden ze het hier zo’n wonderbaarlijk nieuws vinden dat Genk voor 1 keer eens verliest? Vreemd dat STVV dan nog niet vernoemd is (J ben nu heel blij dat ik duizenden kilometers ver zit).
Trouwens, er rijdt op zijn minst al 1 Volvo in Karaganda, een groene 340. Zijn de Celissen hier dan al begonnen met hun nieuw filiaal? Doen mannen, ge gaat hier poen scheppen!
Het babyhouse
Het babyhouse heet officieel ‘Botakoz‘ wat zoveel betekent als ‘De ogen van het kamelenkind’. Laten we nu net deze vertaling niet begrijpen. Eer de ogen van een kameel op die van een Kazach lijken, moet die al serieus geconstipeerd zijn.
Het babyhouse is 1 van de 2 huizen in Karaganda die kindjes tot 5 jaar opnemen. De oudere kindjes gaan naar andere huizen. Het is een overheidsinstelling, wat te merken is aan de hoeveelheid dokters die er werken; 8 waarvan 1 de hoofddokter, de directrice. De dokters komen alle dagen kijken, onderzoeken de kindjes grondig en reageren onmiddellijk bij de minste kwaal. Ze doen hun werk goed. Onze enige bedenking hierbij is dat ze geen woord Engels spreken, ondanks dat de medische literatuur hoofdzakelijk is deze taal geschreven is.
De dokters zijn de absolute baas in het weeshuis. Iedereen luistert en gehoorzaamt. Er wordt niks gedaan en beslist zonder de dokters te raadplegen.
Vandaag voor de eerste keer kwaad geweest op deze hiërarchie. We zitten als haringen in een ton in het lokaal, want er is een Frans koppel bijgekomen. Dat zijn 8 volwassenen en 13 kinderen in 1 ruimte. En nóg mogen we niet naar de speelzaal beneden, omdat het niet mag van de dokters. Dus we hebben ons parmantig in het midden van het spel op ons speellaken gezet in de hoop dat ze ons van pure miserie naar beneden sturen.
Bij het binnenkomen worden de schoenen uitgedaan, iets wat we vanaf nu thuis ook wel willen inlassen.
Er lopen veel mensen rond, sommigen in een witte schort, anderen in een blauwe tenue. Wij vermoeden dat dit het onderscheid maakt tussen geschoolden en helpers. In ieder geval zijn alle verzorgsters lief voor de kindjes. Voor zover ze er tijd voor hebben, geven ze de kindjes aandacht en af en toe een knuffel. Je ziet dat de kindjes gelukkig zijn.
De verzorgsters in Jannes groepje zijn Jamal (die overduidelijk een boontje heeft voor ons Zhanaarke), Djazira, Lida, Ella en Vada.
Er is een keukentje, een badkamer, een grote slaapkamer en een speelruimte.
Janneke heeft 12 vriendjes in haar groepje. Indien mogelijk zouden we ze alle twaalf mee naar huis nemen. Ze hebben allemaal iets wat je doet smelten.
’s Morgens krijgen ze rijstpap of Bambixpap met banaan en koek, en een flesje zoete bessendrank. Ons madam is al verwend, want ze lust geen gewoon water.
Na het eten en het verplichte ‘pipi en kaka op het potje-moment’ wordt er tot 12u gespeeld in het reuzepark, in de loopstoeltjes of onder toezicht op de mat. Er ligt veel speelgoed, vooral bijtringen, piepende plastieken figuurtjes en ballen. Knuffels en boekjes worden niet gebruikt, waarschijnlijk omdat deze moeilijk schoon te houden zijn. In ieder geval wordt het immuunsysteem hier behoorlijk versterkt. Alles is gemeenschappelijk en we hebben nog geen enkel ontsmettingsmiddel gezien of geroken. Maar het is er wel proper.
Om 12u gaan ze allen naar bed, iets wat verwonderlijk gemakkelijk gaat. Het is maar te hopen dat Janne thuis deze discipline aanhoudt. Maar met zo’n strenge ouders kan dat natuurlijk niet anders!
Om 14u krijgen ze puree met gehakt en wortelen en alweer die zoete drank. Het eten is vers en ruikt lekker, maar er wordt weinig gevarieerd. Blijkbaar is dit geen probleem, want alle kindjes zien er stevig en gezond uit.
Tot 16u mogen ze spelen, lachen, zingen, gek doen, kruipen, elkaars speelgoed afpakken, aan elkaars haren trekken, omvallen,…om dan weer te gaan slapen. Wat erna gebeurt is ons onbekend, aangezien we na 16u naar huis moeten. We veronderstellen dat er weer gegeten wordt, dat ze weer mogen spelen en dat er enkele dagen in de week collectief in bad gegaan wordt. In ieder geval ruiken ze allemaal naar baby en zijn ze proper.
’s Zomers mogen de grotere kindjes naar buiten, waar ze een geweldige speeltuin hebben, dankzij een ondernemende groep adoptie-ouders uit België. Zij hebben hier mooie en degelijke speeltuigen geïnstalleerd.
Als we er bij nadenken dat we ons Janne hier moeten achterlaten, dan breekt ons hart al. Maar eigenlijk weten we ook dat ze het hier niet slecht heeft. Ze zou gelukkiger zijn als we zouden blijven, maar ongetwijfeld zal ze niet ongelukkig zijn omdat we er een maand niet zullen zijn.
En als we dan terugkomen, dan kan het feest beginnen!!
Een dikke kus
de mama en de papa



































